De AI Act geldt ook voor de tool die je vorige week aanzette.
De meeste organisaties denken bij de AI Act aan iets dat vooral voor techbedrijven geldt. In de praktijk raakt de wet elke organisatie die AI gebruikt, ook als je die AI niet zelf hebt gebouwd. Wat de wet van je vraagt hangt af van één ding: het risico van de toepassing.
Niet elke AI-toepassing valt onder dezelfde regels.
De AI Act deelt AI-toepassingen in naar risico. Een chatbot die klantvragen beantwoordt zit in een andere categorie dan een systeem dat meebeslist over sollicitanten, kredietaanvragen of zorg. Hoe zwaarder de gevolgen voor mensen, hoe meer de wet van je verwacht op het gebied van documentatie, transparantie en menselijk toezicht.
Dat onderscheid is goed nieuws: de meeste organisaties hoeven geen compliance-afdeling op te tuigen. Maar je moet wel weten in welke categorie je toepassingen vallen, en dat is precies de stap die vaak wordt overgeslagen.
“De vraag is zelden of je onder de AI Act valt. De vraag is in welke risicocategorie je toepassingen zitten, en wie dat binnen jouw organisatie kan uitleggen.”
AI sluipt een organisatie binnen zonder besluit.
Bijna niemand neemt een formeel besluit om AI te gaan gebruiken. Een teamlid zet een AI-functie aan in software die je al had, een leverancier voegt een model toe aan zijn dienst, iemand bouwt een handige assistent voor het eigen team. Losse stappen die logisch voelen, tot je moet uitleggen welke AI er in je organisatie draait en wat die met je data doet.
Daarom begint AI Act-werk niet bij juridische documenten, maar bij overzicht. Weten wat er draait, waarvoor het wordt gebruikt en welk risico daarbij hoort. Vanaf dat punt is de rest een kwestie van prioriteren.